"In het contact met de cliënt voel ik me meer ontspannen. Ik sluit beter aan bij de cliënt. Ik merk dat we elkaar beter begrijpen, er is een betere vertrouwensband. De cliënt en ik raken allebei minder snel geïrriteerd.
De 4 vragen helpen me te verplaatsen in de cliënt en anders te kijken naar de cliënt. Ik vraag me bewuster af waar gedrag vandaan komt."
Timmers Ervaringsordening
down by sxc.hu

Van beperking naar mogelijkheden

Ervaringsordening vindt haar oorsprong in de zorg aan mensen met een beperking. De vraag hoe bewoners én hun begeleiders vreugde kunnen beleven aan hun mens-zijn leidde tot de ontdekking ervan.
Steeds meer instellingen gebruiken ervaringsordening als een brede methodische basis voor kwaliteit van bestaan.

Waarom werkt het juist hier zo goed?

Ervaringsordening speelt bij ieder mens, met al zijn of haar beperkingen. Iedereen handelt vanuit zijn of haar mogelijkheden. Dat kan leiden tot overeenstemming, of grote verschillen: wat een begeleider vanzelfsprekend vindt, kan voor de cliënt niet te volgen zijn. En andersom.
Mensen met een verstandelijke beperking kunnen dat niet altijd verwoorden of begrijpen. Maar ze handelen wel. Daardoor kunnen misverstanden ontstaan die leiden tot ineffectieve zorg of tot probleemgedrag.
Het duiden van de ervaringsordening van een cliënt is van wezenlijk belang om dit te voorkomen. Dat kan op alle gebieden van begeleiding, ADL, dagactiviteiten en groepsgedrag. Maar zelfs bij (ver)bouwplannen van voorzieningen of bij het ontwikkelen van beleid is het belangrijk om rekening te houden met ervaringsordening. Hierbij komen de vragen van ervaringsordening stelselmatig aan bod: blijft de omgeving betrouwbaar? Is de samenhang ook voor de cliënt duidelijk? De antwoorden op die vragen bepalen de uit te zetten koers.
Als professional moet je ervaringsordening altijd in je achterhoofd hebben. Dan zet je andere methoden (Heykoop, Vlaskamp, Triple C, Support) veel effectiever in en dat betekent meer vreugde voor de cliënt en de begeleider.